Tussen twijfel en groei: wanneer de lente alles in beweging zet
Alles gaat in stroomversnelling. De lente is wat vroeger dit jaar. Dat eerste zonnetje… en ineens komt alles tegelijk. Er wordt elke week gezaaid en verspeend, bakjes schuiven op, plantjes groeien sneller dan verwacht, en soms lijkt het zelfs alsof ik de controle een beetje verlies. Er moet al zoveel uitgeplant worden. De winter kan eindeloos aanvoelen — traag en stil — en dan plots, bij het knipperen van je ogen, is het maart. En daar is dat gevoel weer: dat je achterstaat. Alsof je iets gemist hebt. Alsof je sneller had moeten zijn. Maar misschien is dat net de les die zich blijft herhalen: geduld en vertrouwen. Want het ene moment gaat het beter dan het andere, en dat hoort er ook gewoon bij. En uiteindelijk vindt alles zijn tempo wel terug.
We hebben onlangs afscheid moeten nemen van enkele oude appelbomen, en plots voelde de tuin weer enorm horizontaal. Leeg bijna. Dus het is tijd om opnieuw naar boven te groeien. Meer verticaliteit, meer gelaagdheid. Voorlopig is het even gedaan met nieuwe bedden maken en vijvers graven. We gaan ons richten op bomen en bloeiende heesters. Er zijn al drie sierappels aangeplant — Malus ‘Red Sentinel’ en Malus ‘Everest’ — en die doen het fantastisch. En dan is er nog dat ene kleine stekje van een Malus sylvestris, gekregen van Hilde, een trouwe klant en ondertussen ook tuinvriendin. Hij is nog klein, echt nog een baby, en staat voorlopig veilig onder mijn hoede. Maar ik weet nu al precies waar hij ooit zal komen. Verticaliteit vraagt tijd. Opnieuw dat woord: geduld.
De voorbije jaren lag de focus hier vooral op het aanleggen van de pluktuin, en dit jaar op het upcyclen van de schuur. Mijn formidastische handige harry van een echtgenoot verzet bergen voor mij, na zijn werk en in de weekends. En hoewel we af en toe helpende handen krijgen van vrienden en familie, valt het grootste deel van het zware werk eigenlijk op hem. Ik ben met mijn gat in de boter(bloemen) gevallen, daar ben ik me meer dan bewust van. Hij heeft een mentaal uitdagende job, en net daarom werkt het tuinieren voor hem ontspannend. Een plek waar hij zijn hoofd kan leegmaken, waar iets tastbaar groeit onder zijn handen. En samen bouwen we hier stilaan iets dat groter is dan onszelf.
De dahlia’s zijn voorgetrokken, met enige vertraging. Vorig jaar had ik er 65, dit jaar worden het er 187. Alleen brengt dat ook nieuwe uitdagingen met zich mee. Binnen is er geen plaats meer, dus voor het eerst staan ze nu in de serre. Iets wat ik eerlijk gezegd best spannend vind. De wisselende temperaturen zouden voor sterkere planten zorgen, maar één graad onder nul… en het is voorbij. Dahlia’s verdragen echt geen vorst. Gelukkig krijg ik van mijn schoonzusje regelmatig schapenwol, en die gebruik ik nu om de knollen toe te dekken wanneer het ’s nachts te spannend wordt. Ik kijk alvast enorm uit naar de nieuwe soorten en maak nu al collages en moodboards voor de boeketten van dit jaar.
En terwijl alles groeit, groeit er ook iets anders mee. Zodra de eerste bloemen in de grond zitten, de tulpen zich laten zien (oh die kleuren!!) en de Viburnum burkwoodii begint te bloeien (oh die geur!!), denk ik aan de mensen die binnenkort zullen langskomen. Vorig jaar had ik de opening eind juni gezet, omdat ik zeker wilde zijn dat er genoeg bloemen waren. Maar achteraf gezien had het misschien al vroeger gekund. Er waren toen al centaurea (korenbloem), lathyrus, ranonkels en matthiola’s (violieren). En toch komt die onzekerheid weer terug. Ga ik genoeg bloemen hebben? Is de tuin, die nog steeds in opbouw is, wel mooi genoeg? Verwachten mensen er niet meer van? Dat stemmetje blijft. Maar misschien betekent dat gewoon dat het mij echt raakt. Dat het ertoe doet. En dat ik hier iets aan het bouwen ben dat mensen zal raken, precies zoals het is. Meer en meer mensen vinden hun weg naar Florescen en ook naar Neicessity en dat geeft me een ongelofelijk fijn en warm gevoel.
En zo beweeg ik ergens tussen vertrouwen en twijfel, tussen plannen en loslaten, tussen groeien en gewoon even stilstaan en kijken. En telkens opnieuw merk ik: het komt goed.
En nu… ga ik de handleiding lezen van de broedmachine die is toegekomen. Want we gaan loopeendjes uitbroeden. Maar daarover meer in een volgende blogpost.