Door de modder naar bloei.

Februari, misschien wel mijn minst favoriete maand. De tuin ligt er nu echt op zijn lelijkst bij. Het weer is overwegend nat, guur en grijs. En door de werken van vorige maand is onze tuin nu vooral één grote slijkboel. Maar toch is de lente — mits wat concentratie en focus — al waarneembaar.

Je hoort het aan de vogels die steeds vaker beginnen te fluiten. Iets waar een grote tas koffie niet tegenop kan, dat ochtendorkest. Ze zijn hun symfonie nog aan het stemmen, maar er wordt al vlijtig gerepeteerd. De dagen beginnen voelbaar te lengen. En ja hoor, dat frisse lentengroen komt bovenpiepen. Nu nog voorzichtig, maar binnen enkele weken in vol ornaat. En ik persoonlijk kan echt niet meer wachten.

De tulpen en narcissen steken hun kopjes al boven, de sneeuwklokjes en helleborus staan te schitteren. En voor het eerst bloeit onze prachtige toverhazelaar: een Hamamelis ‘Arnold Promise’. De lenteboom van onze zoon. Speciaal gekozen om ook in donkere periodes het mooie te blijven zien en je daaraan vast te houden. Dat is wat ik nu ook doe. Februari doorploeteren, me vastgrijpen aan elk klein bloemetje, aan elke knop op een tak, en aan al die baby zaailingen. Want ik weet dat er zoveel moois staat aan te komen.

De serre begint ook voller en voller te geraken. Onder andere de Agrostemma en Orlaya zijn klaar om uitgeplant te worden. Het eerste zaairondje van het jaar ligt ook al achter ons. Rudbeckia, Ammi majus en Phlox staan bijna te popelen om verspeend te worden.

Het schuurproject heeft eventjes stilgelegen, maar we staan op het punt om aan het tweede — en moeilijkste — deel te beginnen: het dak. We werken bijna uitsluitend met gerecupereerd materiaal, namelijk de oude ramen van een vriendin. Grote ramen met dubbel glas. En hoewel we het erover eens zijn dat het het mooiste resultaat zal geven, bezorgt het plaatsen ervan ons toch wat stress. Ze zijn echt loodzwaar. De deadline staat nu op eind april om de hele schuur af te krijgen. Dus ook de binnenkant schilderen.

Het staat buiten kijf dat het cocoonen onder een dekentje met naast mij een stapel bloemenboeken nu echt voorbij is. Als bezige bijtjes gaan we weer aan de slag. Zaaien, zagen, timmeren en uitplanten. Verveling is vanaf nu werkelijk onmogelijk. En eerlijk? Zo heb ik het het allerliefst.

Previous
Previous

Tussen twijfel en groei: wanneer de lente alles in beweging zet

Next
Next

Januari, de tuin als blank canvas