Januari, de tuin als blank canvas

Januari voelt als een wit, nieuw blad. Nog bijna onaangeroerd, met hier en daar wat lichte potloodschetsen. Het licht is schaars, maar de winterzon is helder en sprankelend — een letterlijk lichtpuntje. Koude dagen met een hemelblauwe lucht. De tuin slaapt onder een zacht, wit sneeuwdeken. Exact waar januari voor staat: rust, vertraging en… plannen.

De natuur dwingt ons in de winter terug naar de basis. Al eeuwenlang leefden mensen mee met dit ritme. De winter was geen tijd van groeien, maar van rust. Van vertragen en krachten sparen. Er werd geleefd van wat in de voorgaande seizoenen was geoogst en zorgvuldig geconserveerd: ingemaakte groenten, gedroogde kruiden, kelders vol voorraad. Het vuur brandde laag. De dagen waren kort.

Binnen werd gewerkt met wat er was. Er werd genaaid en hersteld, gerepareerd wat stuk was. Hout werd bijgewerkt, gereedschap nagekeken. Handen waren bezig, het hoofd kwam tot rust. Creativiteit was geen doel op zich, maar een vanzelfsprekend onderdeel van het leven. Maken om te kunnen verdergaan.

Dat ritme zijn we grotendeels kwijtgeraakt. Vandaag verwachten we van onszelf dat alles altijd doorgaat, dat elk seizoen productief moet zijn. Maar de winter laat zich niet opjagen. Ze nodigt uit tot vertraging, tot kijken in plaats van doen. Tot voelen in plaats van vullen.

Minder doen, meer kijken. Minder produceren, meer voelen. Back to basics. Schoonheid zit nu niet in overvloed, maar in eenvoud. In stilte. In heldere lijnen en duidelijke structuren. In het niet-weten nog, in wat onder de oppervlakte al aanwezig is, wachtend op zijn moment.

Misschien is dat wel wat deze tijd van ons vraagt: niet vooruitstormen, maar afstemmen. Niet forceren, maar vertrouwen. Weten dat rust geen stilstand is, maar voorbereiding. Dat wat nu ogenschijnlijk slaapt, straks met des te meer kracht kan ontwaken.

Vanachter mijn computer kijk ik hoe pimpelmeesjes en roodborstjes onze zelfgemaakte vetbollen verorberen. Het roodoranje borstje van het roodborstje licht warm op tussen de donkergroene, bruine en witte wintertinten. Pure, eenvoudige schoonheid.

Een mooi weetje: een roodborstje wordt gemiddeld maar één jaar oud en krijgt zijn rode borst pas wanneer het volwassen is. Die kleur is geen versiering, maar noodzaak — roodborstjes zijn sterk territoriaal. Jonge vogels missen die kleur en worden daardoor met rust gelaten. Ook hier: timing, groei, wachten tot het juiste moment.

In de lente van 2025 hadden we een nest roodborstjes in de schuur, verscholen in een oud krat, onder een stapel vergeelde kranten en rommel. Ik mocht alles meemaken: van eitje tot uitgevlogen vogeltjes. Het voelde als een eer, als een stille vorm van vertrouwen.

En die verbondenheid is er nog steeds. Want de roodborstjes die ik nu door het raam zie eten, dat zijn die jongen van toen. We kennen elkaar. We go way back.

Wat is er heerlijker dan bij zo’n wintertafereel warm binnen te zitten, met overal kleine lichtjes en een stapel bloemenboeken op tafel? Uiteraard eerst sneeuwmannen maken en onze gezichten in de sneeuw duwen. Maar daarna: thee, boeken, potlood en papier. Bijleren, lezen, knutselen, ontwerpen. Notities maken, plannen uittekenen, dromen vormgeven. En hier en daar ook wat werken.

De komende periode staat helemaal in dat teken. Tijd om te verdiepen, om opnieuw te leren en te herlezen. Een Podcast over AI deed ons recent beseffen hoe wezenlijk wat we hier doen eigenlijk is. Wat groeit binnen Florescen, en binnen Neicessity, raakt aan iets fundamenteels: vertragen, verbinden, voelen, gronden en schoonheid toelaten. Dat besef kwam luid, en helder.  Een wake-up call.

Deze ochtend wandelde ik, goed ingepakt, door de sneeuw naar de kippen. Vaak luister ik dan naar muziek of een podcast, maar vandaag wilde ik bewust luisteren naar de stilte. Het zachte gekraak onder mijn voeten. Even bleef ik staan, midden in de sneeuwstorm. De tuin is nu een blank canvas. En net daardoor kan ik haar opnieuw zien.

Doorheen het jaar koop ik veel zaad, een kleine verslaving. Ik heb altijd het gevoel dat ik te weinig heb, terwijl de doosjes almaar voller worden. Maar ook dat hoort bij deze fase: mogelijkheden zien, keuzes maken, leren beperken om het geheel sterker te maken. Ontwerpen is niet alleen toevoegen, maar ook durven schrappen.

Ik zie het droombeeld al voor me. De sierappels die dit jaar zijn aangeplant en nu nog zo klein zijn, staan in mijn hoofd al als volwassen bomen. Leibomen, heesters, heldere lijnen en rustige ankerpunten. Structuur als basis, vrijheid als invulling.

En dan dient de realiteit zich aan. Budget en tijd zijn vaak spelbrekers — of beter gezegd: kleine plottwists die vragen om creatievere oplossingen. Zoals de schuur, die we nu stap voor stap gaan upcyclen met oude ramen, zodat ze mag uitgroeien tot een bloemenatelier. Niet precies zoals eerst bedacht, maar misschien wel beter dan gepland.

Voor de pluktuin en het bloemenatelier denk ik nu steeds meer in kleurenpaletten, in ritme en samenhang. Onder dat sneeuwdeken liggen al de bedden van vorig jaar, maar er komen er dit jaar bij. Bijna een verdubbeling, als alles goed gaat. Meer inzetten op successie zaaien, ruimte laten voor vaste planten en bloeiende heesters. Minder haast, meer duurzaamheid.

Zes jaar geleden, toen we hier kwamen wonen, verdiepten we ons volop in zelfvoorzienend leven. Vol plannen en idealisme, maar ook als stadsmussen op den buiten, met nog heel wat te leren. Gaandeweg nam dat stukje af. Kinderen, studies, het leven zelf — we moesten realistisch zijn en onze prioriteiten bijstellen. Niet alles kan tegelijk, en dat was oké.

Intussen zijn onze kinderen groter, zijn studies verschoven naar een eigen zaak, een boerderij in wording, en is er opnieuw ruimte ontstaan. Ruimte om dat verlangen naar zelfvoorzienend leven voorzichtig terug mee te nemen. Niet radicaal, niet alles tegelijk — hoe groot die neiging soms ook is — maar stapje per stapje. Terug wat groentjes, niet te veel. Zodat ik ze ook kan oogsten, verwerken en er écht van kan genieten. Meer dan uitdaging genoeg.

De dahlia’s rusten ondertussen in broodzakken in de donkere, droge kelder. Het uit elkaar halen en schoonmaken was een behoorlijke klus. Door de tijdelijke opslag in de garage — te vochtig, zo blijkt — zijn we er jammer genoeg een aantal verloren door schimmel. Ook dat is deel van het proces: leren, aanpassen, opnieuw beginnen. Vorig jaar was er één bed van tien meter. Dit jaar dromen we van drie. In maart volgt de volgende stap: alles voortrekken, opnieuw leven wekken.

Ok, nu heb ik genoeg voor een scherm gezeten. Tijd om verder te tekenen en een zaaiplan op te stellen. Tot snel!

Liefs,

Cato

Next
Next

Tussen rust en vooruitblik.